web analytics

Als je het bos niet ingaat, zal er nooit iets gebeuren

Uit: De Ontembare Vrouw, C.P. Estés

Voor JanW van Ben
Als je het bos niet ingaat, zal er nooit iets gebeuren en zal je leven nooit beginnen.

‘Ga het bos niet bos niet in, ga niet,’ zeiden ze.
Waarom niet? Waarom zou ik vanavond het bos niet ingaan! Vroeg ze.
‘Er woont daar een grote wolf die mensen zoals jij opeet. Ga het bos niet in, ga niet. Dat menen we.’
Natuurlijk ging ze wel. Ze ging toch het bos in, en natuurlijk kwam ze de wolf tegen, precies zoals ze haar gewaarschuwd hadden.
‘Zie je wel, we hebben het je gezegd,’ hoonden ze.
‘Dit is mijn leven, geen sprookje, domkoppen,’ zei ze. ‘Ik moet het bos ingaan en de wolf ontmoeten, anders zal mijn leven nooit beginnen.’
Maar de wolf die ze tegenkwam zat in een klem, in een klem zat de poot van de wolf.
‘Help me, o help me! Aiiiiie, aiiiiie, aiiiiie!’ schreeuwde de wolf. ‘Help me, o help me!’ schreeuwde hij, ‘en ik zal je rechtvaardig belonen.’ Want zo gedragen wolven zich nu eenmaal in dit soort verhalen.
‘Hoe weet ik dat je me geen kwaad zult doen?’ vroeg ze; het was haar taak om vragen te stellen. ‘Hoe weet ik dat je me niet zult doden en me levenloos zult achterlaten?’
‘Verkeerde vraag,’ zei de wolf. ‘Je zult me op mijn woord moeten geloven.’ En de wolf begon opnieuw en nog meer te schreeuwen en te jammeren.
‘O aiiie! Aiiiie! Aiiiie!

Slechts één vraag is ’t waard
gesteld te worden, schone maagd:

woeaaaaaaar
aiiiiies de
zieieieieiel?

‘O arme wolf, ik zal het erop wagen. Goed dan, hier!’ En ze opende de klem en de wolf trok zijn poot eruit en ze verbond deze met kruiden en bladeren.
‘Ah, dank je, lieve maagd, dank je,’ zuchtte de wolf. En omdat ze te veel verkeerde verhalen had gelezen, riep ze: ‘Vooruit, dood me nu maar, dan is het tenminste voorbij.’
Maar nee, dit geschiedde niet. In plaats daarvan legde deze wolf zijn poot op haar arm.
‘Ik ben een wolf van een andere tijd en plaats,’ zei hij. En hij plukte een wimper uit zijn ooglid, gaf die aan haar en zei: “Gebruik deze en wees wijs. Van nu af aan zul je weten wie goed en wie niet zo goed is. Kijk maar door mijn ogen, dan zul je scherp kunnen zien.”

Je hebt me laten leven,
daarom smeek ik je te leven
zoals je nooit eerder hebt gedaan.
Vergeet niet dat slechts één vraag ’t waard is
gesteld te worden, schone maagd:
woeaaaaaaar
aiiiiies de
zieieieieiel?’

En zo keerde ze terug naar het dorp,
dankbaar dat ze nog leefde.
Maar als ze nu zeiden:
Blijf maar hier en wees mijn bruid,’
of: ‘Doe zoals je gezegd wordt,’
of: ‘Zeg wat ik wil dat je zegt,
en blijf zo onbeschreven als op de dag
waarop je ter wereld kwam,’
hield ze de wimper van de wolf omhoog
en gluurde erdoor
en zag hun drijfveren,
zolas ze die nooit eerder had gezien.

En de volgende maal
dat de slager zijn vlees woog,
keek ze door de wimper van de wolf
en zag dat hij ook zijn duim woog.

En ze keek naar haar minnaar,
die zei: ‘Ik ben zo geschikt voor jou,’
dan ze zag dat haar minnaar
helemaal nergens geschikt voor was.

En zo en op meerdere wijzen
werd ze behoed,
niet voor alles,
maar voor veel onheil.

Maar er was meer. Door deze nieuwe manier van zien zag ze niet alleen wie sluw en wie wreed was, maar beleefde ze ook een immense innerlijke groei, want ze bezag ieder mens en beoordeelde hem opnieuw met behulp van dit geschenk van de wolf die ze gered had.

En ze zag degenen die werkelijk vriendelijk waren
en ging naar hen toe.

Ze vond haar partner
en bleef haar hele leven bij hem.

Ze bespeurde de dapperen
en kwam nader tot hen.

Ze ontwaarde de gelovigen
en voegde zich bij hen.

Ze zag verbijstering achter woede
en haastte zich die weg te nemen.

Ze zag liefde in de ogen van de schuchteren
en stelde haar hart voor hen open.

Ze zag het lijden in wie zich stoer voordeed
en lokte hun lach uit.

Ze zag de behoefte in de man zonder woorden
en leende hem haar stem.

Ze zag vertrouwen diep in de vrouw
die nergens in zei te geloven
En wakkerde het aan met haar eigen vertrouwen.

Ze zag alle dingen
met haar wimper van de wolf,
alle ware dingen
en alle onware dingen,
alle dingen die zich tegen het leven keren
en alle dingen die slechts gezien worden
door de ogen van wat
het hart met het hart beoordeelt
en niet met alleen de geest.

Zo leerde ze dat het waar is wat men zegt, namelijk dat de wolf de wijste van allen is. Als je goed luistert, hoor je dat de wolf in zijn gehuil altijd de belangrijkste vraag stelt – niet: waar is het volgende maal?, waar is het volgende gevecht?, waar is de volgende dans?

maar de belangrijkste vraag,
waardoor je in en achter alles kunt zien,
waardoor je de waarde van al wat leeft kunt beoordelen:
woeaaaaaaar
aiiiiies de
zieieieieiel?

Woeaaaaaaar
aiiiiies de
zieieieieiel?
Waar is de ziel?
Waar is de ziel?

Ga het bos in, ga. Als je het bos niet ingaat, zal er nooit iets gebeuren en zal je leven nooit beginnen.
Ga het bos in,
ga.
Ga het bos in,
ga.
Ga het bos in,
ga.

Dit is een fragment uit ‘The Wolfs Eyelash’, een oorspronkelijk prozagedicht door C.P. Estés (@ copyright 1970), uit de bundel Rowing Songs for the Night Sea Journey, Contemporary Chants.

Be Sociable, Share!

0 reacties ↓

Nog geen reacties... Begin jij nu?

Reageer