web analytics

Oogje

Metafoor voor BvR

Bovenaan de berg, temidden tussen vele gletsjerstenen, lag een bijzondere steen. Hij was ongeveer zo groot (met de hand aangeven). De steen heette ‘˜Oogje’ (niet geoloogje of ‘˜stenoloogje’, maar gewoon Oogje).

De steen lag daar al een poos en zag hoe andere stenen steeds met het water werden meegevoerd, verder en verder naar beneden. Oogje wilde ook wel eens mee, de wijde wereld in. Hij hield van avontuur, van het onverwachte. Het kon hem niet snel genoeg gaan.

En jawel, toen het ijs op een hele warme dag wat sneller begon te smelten, werd ook Oogje aan het oog van het ijs onttrokken en liet hij zich heerlijk meespoelen door het nog koude water. Brrr.want dat was even wennen. Wat een gekets zo op die andere keien, die nog stil lagen in de kleine rivierstroompjes. Het leverde Oogje wel een paar blauwe plekken op, maar hij vond deze tocht meer dan de moeite waard.

Hij wilde vooruit, hij wilde leven. Dit was leven, dit was stromen.

Er was zoveel te horen. Oogje luisterde bijna ongeduldig naar de geluiden om hem heen, naar het ritme van de ketsende stenen, naar de melodie van het kabbelende water, naar het gesuis van waterplanten en het gebruis van het spetterende water. Oogje ging er zelfs door zingen.

Er was ook zoveel te zien, onder het water, boven het water. En hij kwam ook zoveel andere stenen tegen. Dan vertelde hij ze allemaal vrolijke verhalen over wat hij had meegemaakt, hij vertelde enthousiast over zijn stenen familie en vrienden. en als hij pret had, sloeg hij zichzelf op zijn stenen zijkant. Wat genoot hij hiervan!

Soms bleef hij een poos liggen en zong wat zelf gemaakte liedjes voor voorbijkomende stenen om hen te vermaken. Heel veel stenen uit het riviertje mochten Oogje dan ook erg graag.

Maar. er gebeurde iets vreemds. Terwijl Oogje zag, dat andere stenen steeds kleiner en kleiner werden, naarmate ze verder door de stroompjes het dal in kwamen, werd Oogje zelf alleen maar groter en groter.

Dat kwam omdat hij al zijn ervaringen in zich op nam: de ervaringen van de stenen met wie hij bevriend raakte, de ervaringen van de stenen met wie hij bijvoorbeeld moest strijden om onder een tak uit te komen die in het water lag, de ervaringen van zware en lichte stenen, grote en kleine.

En vooral de droevige verhalen kon Oogje moeilijk loslaten; hij dacht dat hij iedereen moest troosten. Bij het horen van dergelijke verhalen werd Oogje steeds een beetje groter. Hij laadde het op zich. Hij was de grote steen waarop iedereen kon steunen, toch..?

Omdat hij daardoor steeds zwaarder werd, gebeurde het dat Oogje op een dag bij een kleine dam terecht kwam en er niet meer overheen kon. Wat hij ook deed, het lukte hem niet. Dat vond Oogje erg vervelend; hij wilde niet zijn hele leven.. half in het water. voor een dam blijven liggen, hij wilde nog verder reizen. Maar hij had nu niet de puf om zich daar overheen te zetten. En eigenlijk. wilde hij ook wel eens een keertje lekker niksen. Hij wilde het eigenlijk allebei, reizen én niksen, en dat.. gaf hem onrust, veel onrust. Wat moest hij nu met zichzelf?

Plotseling .psjoe.dook er vanuit het snelstromende water een mooie zwierige vis omhoog en de Vis begroette Oogje heel vriendelijk. Ze zei: ‘˜Ik zie dat je onrustig bent. dat is niet erg.’

Dat vond Oogje wel lief gezegd, maar veel kon hij er nog niet mee en hij vroeg haar om raad.

De Vis antwoordde: ‘˜Oogje, kijk eens goed naar jezelf, in de weerspiegeling van het Reine water. En luister rustig. naar al je stemmen in jezelf, praat daarmee en wees bewust van wat goed voor jou is. Want pas als het echt, echt goed is voor jou, dan kan het goed voor een ander zijn. Heb daar oog voor en als je dan weet wat belangrijk is, doe dat dan. Jij kunt dat.’

En voor Oogje iets kon zeggen, was de zwierige vis al weer verdwenen.

Oogje staarde naar de plek waar de Vis verdwenen was en langzaamaan zag hij zichzelf steeds helderder in het weerspiegelende water. Ja, hij zag zich zelf.met al zijn kanten: een gladde kant, een nog wat ruwe kant, een scherpe kant, maar ook een ronde kant en zelfs zag hij een kleurige kant. En al die kanten hadden stemmen; hij hoorde ze allemaal en liet ze om beurten met elkaar praten.in alle rust. Totdat alleen nog maar de gladde kant en de ruwe kant met elkaar in gesprek waren.

Zo kreeg Oogje meer oog voor het innerlijke van zichzelf en uiteindelijk besefte hij wat belangrijk voor hem was.

Ineens..wauw.met alle oerkracht die hij in zich voelde, duwde Oogje zichzelf nog één keer omhoog, sprong over de dam, liet zich met het (Rijn/Rein)water meevoeren naar de zee, waar hij trots, maar ook wijs, als een rots in de branding zijn plek vond.

Daar laat hij nu de getijden langs zich heen stromen en zingt hij samen met hen de liederen van de tijd.

Hij heeft de rust met zijn alwetende Oog te luisteren.. en ieder die wil, mag even bij hem steun zoeken, maar niet te lang, want als geen ander weet Oogje nu, dat ieder het zélf moet doen.

Waarom de steen Oogje heet, kun je wel raden.

Oogje heeft niet alleen een ervaringsvolle buitenkant, hij heeft ook een bijzonder mooie binnenkant. Als een diamant bewaart Oogje zijn alwetend oog diep in zijn innerlijke Zelf en vraagt het regelmatig om te kijken en te weten.

Alsjeblieft, voor jou deze oude, wijze steen.

TvdB © aug. 2007

Be Sociable, Share!

0 reacties ↓

Nog geen reacties... Begin jij nu?

Reageer