web analytics

Onderwerp: 'Cases' ↓

Ik heb morgen een moeilijk gesprek

Een coachee kwam met de vraag. Ik heb morgen een moeilijk gesprek met een werkneemster die onder mij werkt. Ik heb de neiging om steeds werk van haar over te nemen, omdat zij het druk heeft, maar ik heb net ook erg druk en wil dit niet meer. Bovendien wordt ik altijd rood en dat wil ik niet. Ik wil sterk en zelfverzekerd overkomen en niet weer toegeven.

Dingen die in het gesprek verder naar voren kwamen waren: ik plaats mezelf onder die andere persoon en creëer zo een ongelijke situatie. En ik voel me verantwoordelijk voor zaken waar ik me niet verantwoordelijk over hoef te voelen.

Ik zat al een tijdje met haar te praten en heb toen gevraagd wat zij zichzelf als advies zou geven als je 50 was en haar jongere versie zo zag zitten worstelen.

Ze kwam enthousiast met allerlei ideeën aan. We zijn gaan toetsen welke nu handig zijn en haalbaar zijn.

Ook heb ik haar gevraagd om perceptual positions te doen, niet helemaal volgens het boekje, maar ik heb haar erdoorheen gepraat. En ik heb haar verteld wat ankeren inhoud en hoe ze dit bij zichzelf kan doen. We hebben een stacking anker aangelegd (zelfvertrouwen, rust, gelijkwaardigheid) maar deze heeft ze uiteindelijk niet nodig gehad.

Ik kreeg de dag erna een uitgebreide mail. Het was goed gegaan en ze voelde zich een stuk beter. Ze had ook meteen andere mensen op hun verantwoordelijkheden gewezen en aangegeven dat zij deze niet meer over zal nemen. Ze vind dit soort gesprekken nog steeds eng, maar ze weet nu dat ze het kan en dat ze zich daarna onwijs goed voelt.

Ciska Lazet

 

 

Case: heb jij koffie?

a: de coachvraag was : “heb jij koffie”. Toen cliënt eerder deze maand vroeg wat ik op de NLP cursus voor ‘soort dingen’ leerde gaf ik haar mijn uitleg. Daarop antwoordde ze dat ze, als ze zover was, dat ook wel wilde. cliënt belt regelmatig met de vraag of ik thuis ben en als dat zo is zegt ze er dan binnen een kwartier te zijn. Zo verloopt het ritueel wanneer zij bij mij op bezoek wil komen, ik dat ook wil en dan drinken wij koffie en kletsen wat. Ik heb toen cliënt dat zei, gezegd dat zij, als ze zover was maar moest bellen en vragen of ik koffie heb en dat deed zij dus vanmorgen. Al snel bleek dat het niet de koffie was en al helemaal niet belangrijk of ik die koffie wel of niet had. cliënt wilde weten of NLP wel zo geschikt voor haar was maar dat ze nog maar met 1 ding zat en dat dat was dat ze in paniek zou schieten als ze in een situatie zou komen waarin ze teveel open zou staan. NLP zou dus wel geschikt zijn als ze niet in paniek schoot, zo beaamde ze direct.

b: wat ik heb bedacht om te doen:  ik heb de cliënt gevraagd was ZIJ zou doen om minder of zelfs niet open te staan. Ze gaf aan dan zich te kunnen sluiten. Doorvragen leerde mij dat zij zich afsluit door deuren dicht te doen waarachter het ‘probleem’ op een karretje naar de afvalberg is gereden die zij vervolgens kon laten verdwijnen. Zo was het aan beide kanten van de deur: leeg. Door zo’n deur dicht te trekken was zijn niet te veel open. Ze was dan zelfs dicht. Omdat ze dicht was kon ze niet in paniek schieten omdat ze teveel open zou staan. Openstaan kon niet met de deur dicht, namelijk. Gevraagd of ‘paniek’ iets is dat ook achter een deur kon verdwijnen, net zoals teveel open staan. Dit bleek ook te kunnen en toen heb ik gevraagd, omdat zij nu toch al twee keer zo makkelijk iets ‘de deur uit kon zetten’, of er nog meer zaken waren die zij wel de deur uit wilde zetten. Dat zijn tussen 10 en 15 uur, 11 dingen geworden. Cliënte was binnengekomen met de opmerking dat nu officieel in haar dossier stond dat zij een ziekenhuisfobie had en dat ze “die dus maar vast getackeld had”. Met getackeld hebben bleek zij te bedoelen dat de huisarts in haar dossier had geschreven dat zij die fobie had zodat, wanneer ze de volgende keer in het ziekenhuis was, de artsen (vanwege die fobie) zouden MOETEN KUNNEN WETEN dat zij haar stap voor stap zouden moeten vertellen WAT ze gingen doen. Op mijn vraag of het dossier mee ging naar het ziekenhuis antwoordde de cliënt dat dat niet het geval was maar dat zij dat dan zelf zou zeggen tegen de arts. Toen ik vroeg of zeggen dat ze een ziekenhuisfobie had, betekende dat de arts dan ALTIJD zou doen wat zij wilde dat hij zou doen en wat als hij dat niet doet? en wat zou je dan kunnen doen? was cliënt van mening dat ipv ziekenhuisfobie uitleggen omslachtiger was dan zeggen dat de arts zijn stappen aan moest kondigen. Na de eerste stap die niet aangekondigd zou zijn kon zij namelijk nog steeds besluiten weg te gaan bij die arts en naar een andere arts gaan.

Toen ziekenhuisfobie aan mij werd uitgelegd bleek al snel dat niet het ‘zien van iemand met een spuit in de hand’ eng was. Ik deed alsof ik iemand met een spuit was maar ik was niet eng. Wijzen naar de plek waar het abces zat bleek eigenlijk ook niet zo eng als cliënt mij eerst vertelde. Uit die kluwen bleek dus uiteindelijk dat de grote ziekenhuisfobie eigenlijk niets meer was dan een naald die in een abces gaat zonder dat cliënt weet dat dat gebeurt. cliënt besloot toen dat behalve die split second er verder helemaal niets engs was aan ‘ziekenhuis’. Laat staan dat zij het een fobie zou mogen noemen, daar was het namelijk niet groot genoeg voor. Omdat cliënt inmiddels wist dat zij deuren genoeg kon maken om ongewenste zaken buiten de deur te kunnen zetten, kon wat er nog over was van wat ooit een groot ‘ziekenhuisfobie’ was met een handbeweging ‘de deur uit’.

Cliënt heeft recent geleerd zich te ontspannen maar onder hypnose zou zij de controle verliezen, net zoals haar moeder dat deed. Dus heb ik haar gevraagd hoe haar moeder de controle verloor en dat vertelde zij mij tot in detail. Omdat cliënte zo goed wist hoe haar moeder dat deed kon zij die manier om controle te verliezen, ook buiten de deur zetten: dat was manier van haar moeder en niet van haar. Controle houden staat nu ook klaar en indien nodig kan cliënt ‘controle houden’ van positie tov de deur, veranderen. Omdat cliënt controle kan houden was er geen reden waarom zij niet eventjes haar ogen dicht kon doen omdat zij op die manier beter bij haar buikgevoel kon komen. Terwijl zij daar zo lag en met haar ogen dicht steeds beter kon ontspannen was het creëren van deuren iets dat haar makkelijk af ging. Daarom was het het goede moment om zoveel mogelijk ‘zaken’ achter hun deuren te zetten. Een deur maken duurde zo kort dat een paar deuren maken om zaken de ze direct al op kon noemen ( 7 en toen NOG 2) dan ook maar meteen achter die deuren te zetten en later zelfs weg te schoppen, uit het zicht.

cliënt bleek na een bezoek aan een kinesiologe of een psycholoog, energieker te zijn dan voor het bezoek. Niet direct maar na een kop koffie en 10 minuten zitten. Dat kon ook met een kop thee en 10 minuten konden ook 2 minuten worden. 2 minuten betekende toen eigenlijk diep in- en uitademen en ‘iets voelen’ ter hoogte van haar keel. Dat ‘iets’ kon ze groter maken en warmer. Na genoemde bezoeken bleek zij ook te voelen dat haar benen warmer waren. Aangezien dat kwam omdat ‘iets bij haar keel’ groter werd, kon cliënt toen direct dat ‘iets’ groter maken zodat haar benen inderdaad ook direct warmer werden. Omdat de koffie of thee en 10 minuten uiteindelijk een diepe zucht bleken te zijn kon cliënt zich ook voorstellen wat de kinesiologe en de psycholoog bij haar hadden gedaan en omdat dat eigenlijk terug te voeren was op 1 diepe zucht besloot cliënt dat ze het geld dat zij uitgaf aan zowel de psycholoog als de kinesiologe, voortaan gewoon in haar portemonnee kon houden. Omdat zij toen begon te schaterlachen heb ik tijdens het lachen gevraagd zich eens voor te stellen hoe ze zich zo zou hebben gevoeld terwijl ze in het ziekenhuis was en hoe gek ‘iedereen’ zou hebben gekeken als zij daar zo had zitten gillen van het lachen. Zij stelde het zich voor omdat zij inmiddels van mening was dat dat net zo makkelijk was als dingen achter deuren zetten…. of ze juist achter een deur vandaan te halen. cliënt zei toen iets dat ik niet wil herhalen maar aangezien zij vervolgens haar armen om mij heen sloeg en mij kuste heb ik de conclusie getrokken dat zij zich beter voelde dat toen ze binnenkwam. Toen heb ik cliënt gevraagd of zij koffie wilde en zei ze JA, ik vroeg of ze melk wilde en toen zei ze weer JA toen heb ik gevraagd of zij ook een lepeltje wilde en daarop zei ze ook JA. Daarop vroeg ik of zei zich energiek voelde en natuurlijk zei ze JA. Dat verbaasde mij niet want in de loop van de ochtend had cliënt al, toen ze eventjes haar ogen dicht deed om een klein beetje meer te ontspannen, verteld dat zij een mens is dat na 3 keer ja zeggen een vierde keer weer JA zegt. Daarop heb ik haar gecomplimenteerd met het feit dat zij alleen JA zegt als dat goed voelt en goed voor haar is en voor haar omgeving. Als dat niet zo is weet cliënt dat heel goed en zegt zij dus nooit zomaar JA. Toen cliënt dit beaamde heb ik haar ook verteld dat zij dus ook in bijvoorbeeld een hypnose, meteen zou weten dat ze weer alert zou moeten zijn en dat dan dus ook meteen zou zijn. cliënt knikte ook met haar hoofd, net als ik. Voor de zekerheid heb ik cliënt nog en kop koffie gegeven en gevraagd of zij 3, 2 of 1 zoetje wilde en toen de koffie op was heb ik haar gevraagd of ze mijn nieuwe slaapkamer nog even wilde zien voor ze naar huis ging. De slaapkamer was snel gezien en energiek ging cliënt door de deur naar buiten.

Aangezien cliënt op enig moment vroeg of ‘dit’ nou NLP was heb ik gezegd dat dat zo is en gevraagd of ik hetgeen er gebeurde mocht opschrijven omdat ik huiswerk mag maken. Ik heb toestemming om, zonder haar naam te vermelden, ‘dit’ op te schrijven zoals ik zojuist gedaan heb.

Ik heb vandaag alles wat ik geleerd heb, gebruikt. Ik begrijp waarom ik vragen over mijn werk moeilijk vond: ik werk niet, ik geniet.



Casus C. Tijdslijn

C. is chef bij een groot blad. C. wil graag doorgroeien naar de functie van hoofdredacteur. Op dit moment vindt C. haar leidingevende capiciteiten nog onvoldoende. Ze vindt het vooral moeilijk om mensen aan te spreken en als ze dit doet heeft ze het gevoel vaak niet serieus genomen te worden. Ze voelt zich onzeker.
C. geeft in een gesprek aan dat het ‘kleine meisje’? nog steeds in de weg zit.
Het ‘kleine meisje’?is onzeker en twijfelachtig en is bang iets van zichzelf te laten zien.
Ik besluit met C. de tijdslijn te doen.

Allereerst wil ik de ecologie checqen en vraag aan C. welke consequentie het heeft als zij zich zekerder en krachtiger voelt. Ik vraag door wat dit betekent voor haar werksituaties, relatie, vrienden, familie.
C. geeft aan dat iedereen dat zal waarderen en dat zij in haar relaties nog meer een gelijkwaardiger partner zal zijn.
Daarna wil ik graag van C. weten welke positieve intenties achter het ‘kleine meisje’? schuil gaan. Wat levert het C. op.
C. geeft aan dat zij in haar comfort zone kan blijven. Dat is vertrouwd en bekend terrein en het roept geen angst en spanning op.
Tegelijkertijd realiseert zij zich dat dit haar weinig oplevert.
Het gevoel van je veilig voelen, de comfort zone, wil ik als positieve intentie blijven handhaven in de nieuwe situatie.

C. ziet haar toekomst in een rechte lijn voor zich en het verleden in een rechte lijn achter zich.
Ik vraag C. waar de huidige situatie ligt en vraag haar op de lijn te gaan staan.
C. gaat ongeveer op het midden van de lijn staan.
In de huidige situatie vraag ik aan C. om de ogen te sluiten en in het gevoel te gaan van wat zij inmiddels heeft bereikt.
C. benoemd kracht, enthousiasme, gedrevenheid,
Ik vraag naar de submodaliteiten van kracht. C. heeft er vooral een beeld en een gevoel bij.
Het beeld is zwart-wit en staat ongeveer een meter voor haar. Zij ziet kracht in het beeld.
Ik vraag of ze het beeld dichter naar zich toe wil halen en er een kleur in wil zetten. Ik vraag haar nog dieper in het gevoel te gaan en deze vast te houden.
Dit doet zij en zij trilt met haar onderlip en krijgt een rood gezicht. Op dat moment zet ik een anker op haar rechter pols. Ik heb uitgelegd waar het anker voor dient.
Ik laat C. terugkomen in het hier en nu moment.
Ik vraag aan C. waar precies het kind staat. Deze staat ongeveer 50 cm achter haar.
Op mijn vraag wat zou je het kind mee willen geven vanuit je huidige situatie (met alles wat je nu weet en alle ervaringen die je hebt ‘meegenomen’?) geeft C. aan;
‘vertrouwen’?, ‘alles is goed’?.
Ik Laat C. het anker oproepen en vraag of het kind dichter bij mag komen.
C. laat het kind dichter bij komen en ik geef aan dat ze het kind vertrouwen en alles is goed, vanuit haar kracht, mee mag geven.
C. doet dit hardop.
C. wil ook het kind in gedachten omhelzen.
Ik laat C. terugkomen in de hier en nu situatie en zet haar buiten de lijn.
C. geeft aan een gevoel van ruimte te ervaren. Letterlijk zegt ze; ‘er is iets opgeruimd’?.
Ik vraag C. naar de toekomst te kijken en wat ze mee wil nemen, vanuit de nieuwe situatie naar de toekomst (future pace).
C. geeft aan kracht en zelfvertrouwen mee te willen nemen.
Ik laat C. opnieuw op de lijn stappen en vraag waar de toekomst ligt. Deze ligt vlak voor haar. Ik vraag aan C. om in de toekomst te stappen.
C. voelt zich goed i.d. toekomst. Het doel is bereikt en we hoeven het anker niet meer op te roepen. In de kracht ligt al het zelfvertrouwen.
Ik vraag nog of alles klopt (ecologie) en C. geeft aan dat alles goed is.
Ook is de comfort-zone en het veilige gevoel in de nieuwe overtuiging overeind gebleven.
C. gaat opgelucht de deur uit. Ze gaf aan al heel lang te worstelen met het kind in zichzelf maar dat ze zich nog nooit zo bevrijd heeft gevoeld dan nu het geval is.
Twee weken later staat C. voor de deur met een fles eau de toilette. C. is adjunct hoofd redacteur geworden voor het blad.

Cliënte heeft het gevoel tekort te schieten, overbelasting door druk van buitenaf

Case:

Cliënte is getrouwd met een man die een slechte relatie heeft met zijn vader.

De vader is op leeftijd en heeft verzorging nodig maar van de 5 kinderen zetten zich alleen de 2 dochters zich in de 3 zonen niet.

Cliënte heeft zelf een heel fijne relatie met haar ouders.

Een van de schoonzussen probeert via haar, haar man aan te sporen om ook in actie te komen voor de verzorging van zijn vader omdat deze schoonzus het niet meer aankan.

Cliënte voelt zich schuldig omdat haar man (en broer van ..), niets doet en voelt zich hierin voortdurend tekort schieten wat bij haar een groot schuldgevoel geeft t.o.v. haar schoonzus en schoonvader.

Rapport gemaakt met Cliënte.

Informatie gevraagd: Kun je me vertellen wat je schoonzus precies tegen je zegt, welke woorden gebruikt ze. Ze zegt: Wil je tegen Jan zeggen dat hij ook eens wat doet want ik kan het niet langer aan. Ik zeg dan braaf ja, dat zal ik zeker doen. Vervolgens doe ik dat ook maar mijn man J., geeft geen reactie.

Resultaat:

-Wat zou je willen doen en hoe wil je je voelen?

Ik zou wel tijd willen reserveren maar ik kan dit fysiek niet en ik wil me niet schuldig voelen.

-Wat wil je bereiken?

Een goede verzorging of een verzorgingstehuis voor de vader van mijn man, dit zou het beste zijn. Maar ik wil ook bereiken dat de vader/zoon relatie goed komt nu het nog kan.

-Waarom dan?

Omdat ik dat zelf ook heb gehad en ik weet dat dat fijn is.

-Wil J. dat dan ook?

Nee, maar ik ben zo bang dat als zijn vader dood is, J. spijt krijgt.

-Hoe kun je dat dan weten?

Dat kan ik niet weten.

-Zijn er hulpbronnen van buitenaf die je in kan schakelen?

Ja, we kunnen het Riagg inschakelen en een familieberaad houden.

Interventie: Perceptual Positions. Cliente = C., E. = schoonzus.

Wat zegt E. tegen C.? Ziet C. nog meer? Antw.

Wat zegt C. tegen E.? Voelt C. hier nog iets meer bij? Antw.

Wat zegt de observator?

Nieuwe informatie die nu bovenkomt: Ik voel me schuldig t.o.v. E. omdat ik mijn positieve intentie over het contact met zijn vader verwar en opleg aan mijn man, terwijl hij hier helemaal geen behoefte aan heeft. Zijn vader/zoon relatie is altijd slecht geweest en zijn vader heeft het er zelf naar gemaakt met zijn dominante gedrag. Dus hij moet dit zelf beslissen.

Ik moet hier afstand van nemen en een oplossing zoeken met hulp van buitenaf.

Future Pace:

Kun je met deze informatie verder?

Ja, ik ga vanavond dit met mijn man bespreken zodat hij weet wat mijn achterliggende gedachten zijn betreffende zijn relatie met zijn vader, hier heb ik met hem nog nooit over gesproken.

Daarna kunnen we kijken welke hulp we kunnen inschakelen, hulp die passend is bij de situatie.

(cliënte is opgelucht en blij, verbaasd dat ze hier zelf niet op is gekomen en bedankt me voor het inzicht wat ze gekregen heeft).

Casus C. Chaining Anchors

C. is een stewardess die is vastgelopen in haar werk. Enerzijds doordat zij veel last heeft van de steeds wisselende tijdsverschillen. Ze sliep steeds slechter en raakte zo oververmoeid dat werken niet meer mogelijk was. Anderzijds heeft het werk voor haar ook geen uitdaging meer. Ze heeft een hbo achtergrond en is door een aantal moeilijke en pijnlijke gebeurtenissen in haar leven pas laat met haar ‘˜loopbaan’ begonnen.

Uit de gesprekken blijkt dat C. de neiging heeft om anderen te vragen wat ze moet doen en vaak de wensen van anderen volgt.

Na een aantal gesprekken heeft C. zich een doel gesteld. Ze wil solliciteren op de functie van Unit Manager. Hierin ziet ze een uitdagende en interessante functie voor zichzelf, waarin ze haar ervaring en kwaliteiten kwijt kan.

De volgende dag heeft ze een gesprek met haar Unit Manager en de reïntegratiedeskundige. In dit gesprek wil ze hen duidelijk maken waarom zij deze functie wil en waarom ze er geschikt voor is. Ze ziet tegen dit gesprek op en is bang dat ze haar niet geschikt zullen vinden.

Als ik dieper in ga op die angst zegt ze dat ze zelf eigenlijk bang is dat ze misschien niet goed genoeg is voor de functie. ‘Misschien val ik wel door de mand’? zegt ze.

Aangezien we al haar mogelijkheden en talenten op dat moment al hebben besproken en C. tot de conclusie was gekomen dat ze heel geschikt is voor de functie, is dit geen logische gedachte. Ik check haar positieve intentie. Ze vertelt dat ze geneigd is om hulpeloos en onzeker te worden en dat anderen haar dan helpen en zij dus niet zelf hoeft te beslissen en dus ook geen fouten maakt. Dit gaf haar een veilig gevoel, van huis uit was ze er aan gewend dat vooral haar vader zei wat ze moest doen. Tegelijkertijd wil ze dit gedrag niet meer, ze wil juist haar eigen beslissingen nemen, zelf verantwoordelijkheid dragen en dit ook aan anderen kunnen overbrengen

Ik check de ecologie. C. geeft aan dat er geen nadelige gevolgen ontstaan door het veranderen van haar gedrag. Als doel voor het gesprek van de volgende dag stelt ze dat ze zelfvertrouwen en kracht wil uitstralen.

Ik besluit dat de chaining anchors een oefening is die haar kan helpen haar beslissing de volgende dag goed over te kunnen brengen. Zij kiest voor de onderstaande tussenstappen.

chaining-anchors-ddwt.jpg

Ik begeleid haar naar het begin en we keren het papier ‘˜angst/hulpeloosheid’ om, nadat de lichamelijke signalen bij C. duidelijk zichtbaar waren. Hulpeloze blik, schouders iets laten hangen, stem daalt, hoge ademhaling.

Ik vraag haar op ‘˜kalmte/rust te gaan staan en vraag wat ze voelt. Ze zegt dat er iets van haar afglijdt, wat ook zichtbaar is, ademhaling wordt rustiger, ik leg even mijn hand op haar schouder om het gevoel te ankeren. Ze neemt de volgende stap en geeft haar doel in een paar korte woorden weer. Ze heeft nu duidelijk voor ogen wat ze wil (ze ziet het voor zich). Vervolgens anker ik het weer. Als ze op ‘˜vastberadenheid staat zie ik haar hoofd omhoog gaan, ze zet haar voeten stevig neer. Ze zegt: ‘˜ja, ik het gaat me lukken’. Weer anker ik. Als ze op ‘˜zelfvertrouwen en kracht’ staat ziet ze er krachtig en zelfverzekerd uit. Ook dit gevoel wordt geankerd.

We doorlopen de cyclus drie keer en bij de derde keer zegt ze dat de bijbehorende gevoelens en beelden als vanzelf omhoog komen.

Ze verlaat mijn huis een stuk opgewekter dan ze gekomen is en zegt dat ze er voor gaat.

De volgende avond belt ze op om te vertellen dat het een heel goed gesprek geweest is en dat haar Unit Manager en de reïntegratiedeskundige positief op haar plan gereageerd hebben. Ze willen haar er in ondersteunen en dit geeft haar een goed gevoel. Ze heeft nu ook ervaren dat haar positieve intentie om hulp te krijgen ook gerealiseerd wordt als ze zelf beslissingen neemt en zegt wat ze wil.

Hallo NLP wereld!

Dit is het blog vol NLP Hypnoses, Metaforen en Cases van NLP studenten ooit. Ze hebben allemaal hun NLP Practitioner of NLP Master Practitioner certificaat bij RaVisie gehaald. Namen zijn allemaal, echt allemaal geanonimiseerd, dus als je denkt dat je je buurman tegenkomt… kan, maar kijk eens om je heen ….

Ben ik wel goed genoeg

Case tbv NLP MP

NLP werkmodel

Huidige situatie
S: In de werksituatie maar ook wel in familiekring het niet durven uiten van gedachten en/of mijn mening. Ik doe dat omdat ik daarbij angstvol ben voor de reactie van betreffende persoon.  Nadien leidt dit tot negatieve gedachten over mezelf (Ben ik wel goed genoeg ). Dit manifesteert zich dan in een energieloos gevoel en in de vorm van hoofdpijn. Ik heb dan een rotgevoel over mijzelf vanwege het feit dat ik mijn gedachten en/of mijn mening niet heb geuit.

P:  Uitvragen S
Gewenste situatie
Ik wil met name in de context van de werksituatie mijn gedachten en/of mijn mening kunnen uiten. Dit doe ik vanuit mijn eigen kracht ongeacht wat de omgeving daar van vindt.
S: De cliënt is geassocieerd. De VAK wordt volledig uitgevoerd: Wat zie, hoor,  voel je nu je dit doel al hebt bereikt. De ecologie is gecheckt en is oké voor de cliënt en niet altijd oké bij de mensen in de omgeving maar de cliënt ervaart het vermogen om dat van de ander te laten.
Het beeld is scherp, gekleurd, panoramisch, er is beweging, de cliënt staat in het beeld. De cliënt hoort zichzelf rustig zacht rond spreken.  De gelaatsuitdrukking is ontspannen: ogen, mond, ademhaling is rustig in de buik, houding is recht op, kin iets omhoog, warm gevoel in de hartstreek. Hartslag wordt niet waargenomen.
P: Sliding anchor geplaatst om dit gevoel te versterken. Enige dingen in VAK laten versterken door kleur te versterken, check of associatie aanwezig was door te vragen of S de eigen handen en voeten kon zien of naar zichzelf keek.
Belemmeringen
S: De reactie van anderen roept bij mij twijfel op. Onzekerheid ( niet over vaktechnische kwalificatie) maar wel ‘Wat zullen ze wel van mij vinden, ik wil aardig gevonden worden, ben ik wel goed genoeg, eigenwaarde.’
P: Uitvragen, up chunck waar het nou echt omdraait. “War doet dat met jou”´ Eigenwaarde de hoogst gevonden waarde.
Hulpbronnen
S: Durf/moed, meer geloof in mezelf hebben, zekerheid, volhardend zijn.
P: uitvragen hulpbronnen

Interventie 1
Circel of excellence ( + chaining anchors)
In de cirkel inbrengen: Durf/moed, zekerheid, volhardend zijn
Nadat alles in de cirkel is ingebracht en goed geankerd een future pace maken naar de werksituatie. Daarna uitproberen in de werksituatie met activering van het anker door de cliënt.

Succesvol J/N
Bij J gereed.
Bij N:
Time – line:  verkennen van de time-line. Uitvoeren van de time-line op belemmerende emotie: onzekerheid. Future pace.  Eventueel “Wat heb je nog meer nodig” Ankeren.
Uitproberen in de werksituatie

Succesvol J/N
Bij J gereed.
Bij N:
Wegnemen van een belemmerende overtuiging “Ik ben niet goed genoeg”
Uitproberen in de werksituatie.

En daarna zijn er nog meerdere mogelijkheden.
Rudy, november 2005

Onbeheerste vreetbuien

S. kwam met het verhaal dat ze graag wilde afvallen. Dat ze niet meer
van die onbeheerste vreetbuien wil hebben.
Ik heb haar eerst haar verhaal laten vertellen en heb vervolgens met
haar gesproken over het geheim van doelen en de kracht van ons
onderbewustzijn.

Aan de hand van het metamodel is zij er achtergekomen dat haar overgewicht een gevolg is. Een gevolg van een bepaald patroon.
Ik heb haar vervolgens dat patroon laten vertellen. Hieruit kwam naar voren dat ze het liefst op de bank eet met rolluiken naar beneden, niemand in de kamer zodat niemand iets van haar gedrag kan zeggen, deken over zich heen en de tv aan.  Ze doet dit met name als ze niet tevreden is. Het meest storende vind ze dat ze geen maat kan houden. Die zak chips of het pak koekjes moet gewoon op.

Hierop heb ik haar gevraagd hier een beeld van te maken en vervolgens hebben we het beeld aangepast.
Ze wordt vrolijk van muziek, dat verandert haar stemming. Dus als ze de tv niet aanzet en naar muziek luistert heeft ze niet zo’n behoefte om te eten.
Ook heeft ze niet zo’n behoefte om te eten als de rolluiken niet naar beneden zijn en ze niet wegkruipt in haar deken.

Door hier weer verder op door te vragen kwam zij er achter dat haar hogere intentie eigenlijk veiligheid is.
Als ze zich zo wegstopt in de kamer op de bank in de deken met voldoende lekkernijen voor het grijpen dan voelt ze zich veilig.

Aan de hand van de Time Line zijn we teruggegaan naar een moment waar ze zich voor het eerst niet veilig voelde.
Dit heeft heel goed gewerkt. Ze kon de gebeurtenis nog wel heel goed voor de geest halen, maar de emotie was verdwenen.

In de laatste sessie hebben we gewerkt met verschillende delen.
Het deel in haar dat het goedkeurt dat ze veel eet noemt ze ‘˜zwartje’ en het deel dat wilt dat ze gezond eet noemt ze ‘˜witje’
Het is haar duidelijk geworden dat ‘˜zwartje’ en ‘˜witje’ dezelfde intentie hebben.

Vervolgens heb ik haar gevraagd naar een moment te gaan waar ze zich heel veilig voelde. Dit gevoel hebben we geankerd.
Sessie afgesloten met hypnose.

Ze heeft vervolgens een contract met zichzelf gemaakt met hierin haar doel, hoe ze het gaat bereiken, wanneer ze het doel zal bereiken, wie ze hierbij nodig heeft etc.

Strategie: Toestemming om te eten, Poes Koen

Miauw.miau…..aaau…auw.spin.spin.spin..miauauauauaw.
Letterlijk vertaald: ’s Ochtends  gaan vreten als ik honger heb..? Welnee. .ik vraag eerst toestemming aan m’n baasje.
Dit doe ik elke dag als volgt:

  • Om 6.45 word ik wakker en rek me uit (K) *)
  • Ik loop ca. 5 minuten door huis om de beelden van mijn omgeving weer helder te krijgen (V)
  • Daarna ga ik naar de slaapkamer van J. en M.
  • Om ca. 6.50 ga ik met één van mijn nagels in de arm, been of rug van M. prikken. Hiermee lok ik uit: ‘Koen stop ermee!!’? (A)
            Dit is precies wat ik wil horen want dan weet ik dat ik de volgende stap kan nemen.
  • Komt M. niet in beweging (en dat is meestal het geval) dan ga ik met m’n poot tegen het balletje aan koordje (van verstelbare bedbodem) slaan. Dit geeft een bonkend geluid (A)
  • Om ca 6.55 komt M. uit bed en stoot even met haar voet tegen mijn bak. (A+V)
  • En nu ga ik eten.

*) Geen verandering in strategie na terugzetten van de klok in oktober

Jan K.

Het vogeltje had nog nooit gevlogen

Metafoor toegepast op een collega. Ze ging na het vertellen van onderstaande metafoor doen wat ze wilde doen. Er was geen twijfel meer.

Er was eens een vogeltje dat op de rand van het nest stond. Het vogeltje had nog nooit gevlogen.
En daar stond ze te fladderen .zal ik wel.zal ik niet.. En opeens vloog ze weg. En al snel daarna wist het vogeltje al niet meer dat ze daar had gestaan op de rand van het nest.

Jan K.